De soort:


Latijn. Chloebia gouldiae
Nederlands. Gouldamadine
Engels. Goldjan Finch
Duits. Gouldamadine
Frans. Diamant de Gould


Verschijningsvorm "Wildvorm":
• roodkop gouldamadine
• zwartkop gouldamadine
• oranjekop gouldamadine


Verspreiding:
Gouldamadines bewonen de lichte savannen van Noord-Australië, de zuidelijke verspreiding- grens loopt ongeveer ter hoogte van de 1ste breedtegraad, recht over het gehele eiland. Ten noorden van de lijn, die de stad Derby aan de Noord-Westkust met de stad Boweri aan de Oostkust verbindt, is deze vogelsoort in de daartoe geschikte natuurlijke omgeving, overal te vinden. Een uitzondering vormt het geheel met tropisch oerwoud beboste schiereiland York. Tijdens het broedseizoen, welke van plaats tot plaats verschild afhankelijk van de regenperiode, komen temperaturen voor van 45 ºC in de schaduwen volop in de zon, wel 65 ºC. Buiten het broedseizoen, trekken de goulds meer naar de kustgebieden omdat de binnenlanden dan te droog worden en er te weinig voedsel voorhanden is.

 

Biotoop:
De gouldamadines komen in het wild voornamelijk voor in de vlakke gebieden, de savannen of in dun bebost gebied. De savannen zijn op het eind en na de regentijd begroeid met diverse metershoge grassoorten. Uit onderzoek aan het begin van de 20e eeuw blijkt dat er in het wild nog ongeveer 1700 broedparen voorkomen. Een zorgelijk toestand!

 

Van de natuur naar voliere of broedkooi:
De gouldamadines ontlenen hun naam aan de Engelse natuurvorser John Gould (1804 tot 1881) Hij ontdekte de vogels op een reis door Australië die hij ondernam in de jaren 1838 en 1840. De eerste levende gouldamadines werden in 1887 in Engeland ingevoerd. Deze geïmporteerde vogels bleven niet lang in leven. De eerste goulds naar Duitsland werden pas in 1896 geïmporteerd. Het betrof hier alleen rood- en zwartkoppen. De oranjekop gouldamadine kwam pas in 1915 naar Europa. In de periode tot aan de tweede wereldoorlog is er met wisselend succes met de gouldamadine gekweekt.
Tijdens de tweede wereldoorlog werd het gould bestand zeer sterk gereduceerd, wat weer tot gevolg had dat de importen in de jaren' 50 groter waren dan ooit tevoren. Van deze geïmporteerde goulds waren de verliezen zodanig groot dat van de ongeveer 400 gevangen vogels, één exemplaar het eerste jaar in de volière overleefde. De Australische regering heeft hier maatregelen tegen genomen; zij heeft sinds 1960 een vang- en uitvoerverbod ingesteld voor alle soorten vogels. Na 1960 werden alleen nog beperkt goulds ingevoerd uit Japan. Daar werden de goulds gekweekt in zeer grote aantallen met behulp van Japanse meeuwen. Aangezien deze vogels behoorlijke bedragen opbrachten, raakte deze kweekmethode ook in Nederland en omliggende landen in trek. Het gevolg hiervan was dat naar formaat, kleur en erfelijke eigenschappen in het geheel niet werd gekeken. Het gevolg hiervan is, dat er in de jaren' 80 en '90, veel goulds bij de liefhebbers aanwezig waren, die als natuurbroed vogels niet meer voldeden m.b.t. nestbouw, broeden en het grootbrengen van hun jongen.
In Nederland heeft zich in 1985 een doelgroep gevormd die zich ten doel stelt om gouldamadines alleen te kweken met gouldamadines en deze doelstelling te onderbouwen d.m.v. samenkomsten, uitwisselen van ervaringen en keimis en van goede natuurbroed gouldamadines. Deze prachtige vogel is dit meer dan waard.

 

 

Mijn kennismaking met de gouldamadine was in 1985. Doordat de gouldamadine een pracht vogel was, die zich kenmerkte door zijn grote verscheidenheid aan kleuren en aan de strakke kleur scheidingen tussen de verschillende kleuren was ik in één keer verkocht.

In die tijd zag je de gouldamadine nog niet zo veel, en werd bij de liefhebbers in het land behoorlijk aan meeuwen broed gedaan.

Via een kennis kwam ik in 1986 aan mijn eerste koppel natuurbroed goulds. Ik heb zelf nooit met meeuwen gekweekt, en heb me in de begin jaren gelijk aangemeld bij de SNGN, de Speciaalclub voor Natuurbroed Gouldamadine Nederland, welke in 1991 is erkend door de NBVV. Een club die de deze prachtvogel een warm hart toe draagt. Inmiddels zijn er meer dan 700 leden bij vertegenwoordigt. Deze leden zijn in Nederland onderverdeeld over 8 regio's.

Het formaat van de gouldamadine is door de loop der jaren gegroeid van een smalle "tengere" vogel tot een vogel die er "wezen" mag!
Ze zijn er nog niet allemaal, maar diverse kwekers hebben de juiste lijn te pakken.

Je ziet de gouldamadines steeds meer op de tentoonstellingen of exposities, waarbij de gouldamadines een lust voor het oog zijn van veel bezoekers. En daardoor bijzonder waardering krijgt.